Edward Elgar

Introduction and Allegro


Ralph Vaughan Williams

Fantasia on a theme by Thomas Tallis


Benjamin Britten

Les Illuminations



Karl Jenkins

Palladio: Concerto Grosso for Strings 



REJOIN! UK>EU

 

Brexit is "not only shooting yourself in the foot, but it's like amputating your leg without a medical reason for doing it."

Alexander Stubb, president van Finland, 17 maart 2026, Chatham House Londen

 

Vond jij Brexit ook zo stom? Dit najaar speelt Strijkorkest Metamorphosen een muzikaal pleidooi om het Verenigd Koninkrijk terug te laten keren in de Europese Unie.

Vaak wordt de eilandstatus benadrukt in de muziek van Engelse componisten. Maar hun muzikale ontwikkeling kan niet los gezien worden van het continent. Onze dirigent Gijs Kramers woont en werkt zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Europa. Samen met deze reiziger tussen twee werelden spelen we in het najaar van 2026 een echt Brits maar tegelijk ook Europees programma.

 

Benjamin Britten, Les Illuminations

In het programma is Les Illuminations van Benjamin Britten (1913–1976) het sleutelwerk. Britten schreef het in 1939, op teksten van de Franse dichter Arthur Rimbaud. Rimbaud’s poëzie, geschreven in het Frans, gaf Britten de taal om zijn eigen ballingschap te verwoorden: als overtuigd pacifist was hij net vertrokken naar Amerika vanwege de dreiging van de aanstaande Tweede Wereldoorlog. Tegelijk ontvluchtte hij met de liefde van zijn leven, de tenor Peter Pears, het beperkende klimaat van Engeland. De keuze voor Franse teksten was geen toeval. Britten was diep gevormd door de partituren van Mahler, Berg en Shostakovich. In Les Illuminations klinkt die Europese vorming onmiskenbaar door. De orkestratie voor strijkorkest is heel transparant en passend Frans; Britten bewonderde dan ook de muziek van Debussy en Ravel. Het werk is te zien als een liefdesverklaring aan Europa, geschreven op dramatisch moment voor zowel de componist als het continent.

 

Ralph Vaughan Williams, Fantasia on a theme by Thomas Tallis

Ralph Vaughan Williams (1872–1958) geldt als de meest Engelse van alle Engelse componisten. Maar dat beeld klopt maar ten dele. Voor hij de Fantasia on a Theme by Thomas Tallis schreef (1910), trok hij naar Parijs om te studeren bij Maurice Ravel: een stap die zijn orkestrale schrijfstijl fundamenteel veranderde. De polyfonie van Thomas Tallis, op wiens 16e-eeuwse psalm-melodie de Fantasia is gebouwd, is zelf Europees erfgoed: de meerstemmige schrijfwijze die Tallis beheerste was ontwikkeld door de Vlaamse meesters van de Renaissance zoals Ockeghem en Josquin. Vaughan Williams pakte die draad op en maakte er iets nieuws van: een Engelse klank die tegelijk diep geworteld is in de Europese muziekgeschiedenis.

 

 

Edward Elgar, Introduction and Allegro

Edward Elgar (1857–1934) wordt vaak opgevoerd als het symbool van Engelse grandeur. Toch beschouwde hij zichzelf vooral als een buitenstaander, niet alleen muzikaal maar ook maatschappelijk. In de Engelse klassenmaatschappij was hij zich tot op late leeftijd pijnlijk bewust van zijn bescheiden afkomst. In het protestantse Groot-Brittannië werd zijn rooms-katholicisme in sommige kringen met argwaan bekeken en in de Engelse muziekkringen die werden gedomineerd door academici was hij een autodidact. Elgar bestudeerde zelf de Europese muziek van Brahms, Wagner en Schumann. Introduction and Allegro voor strijkkwartet en strijkorkest (1905) is daar het bewijs van. De opzet van een solistengroep tegenover het orkest ontleent hij aan het Italiaanse concerto grosso-principe, en verraadt een componist die de Europese traditie van binnen kent.

 

Karl Jenkins, Palladio: Concerto Grosso for Strings

Karl Jenkins (geb. 1944) noemde zijn Concerto Grosso for Strings (1995) “Palladio” naar de Venetiaanse architect Andrea Palladio (1508–1580), wiens werk de basis legde voor de klassieke architectuurtraditie in Europa en ver daarbuiten. Het is een bewust eerbetoon: Jenkins ziet in Palladio’s heldere geometrie, zijn gevoel voor proportie en zijn vermogen om klassieke vormen nieuw leven in te blazen, een parallel met zijn eigen muzikale aanpak. Jenkins gebruikt net als Elgar de Italiaanse concerto grosso-vorm en geeft die een hedendaagse, direct toegankelijke klank. Jenkins groeide op in Wales. Zijn moeder was half Zweeds, zijn vader Welsh. In het begin van zijn carrière was Jenkins vooral bekend als jazz- en jazz-rockmuzikant: hij won onder andere de eerste prijs op het Montreux Jazz Festival. In 1972 trad hij toe tot de jazz-fusionband Soft Machine, waarin hij naast verschillende toetsinstrumenten ook saxofoon, hobo en dwarsfluit speelde. Soft Machine was in Europa veel populairder dan thuis in Engeland, waar minder animo bestond voor het vrijwel volledig instrumentale karakter van hun optredens.